het nieuwe boek van irma joubert: het verscholen dorp

Overleven in de dierentuin De oorlogsjaren van Artis en andere parken

Paperback

Winkelwagen Winkelwagen

0Artikelen:

€ 0,00Totaal:

Inhoud bekijken
Bestellen Inloggen

Kantoor-Boekhandel Janneke

  • Klantvriendelijk
  • Goede service
  • Fysieke winkel
  • Breed assortiment
facebook Facebook
Overleven in de dierentuin  De oorlogsjaren van Artis en andere parken

ISBN: 9789490951146

Auteur: Maarten Th. Frankenhuis

leveranciercode: CBHTDT

€ 19,50 incl. btw

€ 18,40 excl. btw

Productbeschrijving

Voormalig directeur van Artis Maarten Frankenhuis verzamelde meer dan twintig jaar lang archiefmateriaal, verhalen, artikelen, foto's en andere gegevens over hoe zijn dierentuin de oorlog heeft doorstaan. Hoe hield het personeel de honderden dieren in leven in tijden van gebrek? Vooral in de Hongerwinter was ook in Artis de schaarste nijpend. Zo moesten de leeuwen soms, met grote tegenzin, hun hongergevoel bevredigen met stokvis.

Behalve de dieren vonden ook tussen de twee- en driehonderd mensen in de tuin een veilig onderkomen: Joden, mannen die dwangarbeid in Duitsland probeerden te ontlopen, en een enkele verzetsman. Deze verborgen geschiedenis van onderduikers in Artis belicht de auteur aan de hand van citaten, anekdotes en door hemzelf en anderen gedocumenteerde verhalen.

Naast het verhaal van Artis biedt Overleven in de dierentuin een overzicht van het wel en vooral wee van alle Nederlandse en veel buitenlandse tuinen in Duitsland en bezet gebied. Wat dit boek duidelijk maakt, is dat elk van deze dierentuinen op heel verschillende wijze te maken heeft gekregen met de Duitse inval, gevechtshandelingen, schaarste, hongersnood, onderduikers, collaboratie en verzet, en ten slotte de bevrijding.

Maarten Frankenhuis (1942) was van 1990 tot 2003 directeur van de Amsterdamse dierentuin Artis. In 2012 verscheen zijn novelle Droomonderduik, over de wonderlijke fantasiewereld en de traumatische belevenissen van een Joods onderduikertje in Artis.

" Voormalig Artis-directeur en dierenarts Maarten Frankenhuis (70) verzamelde ruim twintig jaar informatie over het wel en wee van dierentuinen in de Tweede Wereldoorlog. Onlangs verscheen zijn boek daarover. "Ik vroeg mij af hoe je in zo'n tijd in godsnaam een dierentuin draaiende houdt."

Er vallen te veel vijfenzestigers met een zware baan dood neer na het schudden van de laatste hand op hun afscheidsreceptie. Gechargeerd natuurlijk en je moet ook maar eerder kunnen stoppen, maar ik wilde op mijn eenenzestigste afzwaaien als directeur van Artis. Ik had mijn tijd nodig voor mijn boek over de oorlogsjaren van Artis, dat ik al zo lang had voorbereid. Zoals in al mijn andere boeken en publicaties spelen dieren ook hierin weer een hoofdrol. Dat spelen ze in mijn leven ook. Op mijn vijfde wist ik al dat ik het dieren wilde gaan werken. Ik was dierenarts/onderzoeker in Diergaarde Blijdorp, hoogleraar Bedrijfspluimveegeneeskunde en uiteindelijk directeur van Artis, de mooiste dierentuin van Nederland. Ik kom er nog steeds graag, zo eens in de vier weken. Wat mij in Artis bovenal aantrekt, is het cultuurhistorische element. Op elke plek waar ik neerstrijk of werk, wil ik daarvan de geschiedenis in kaart brengen, van het gebouw, van de bedrijfstak, van de omgeving. Wat dat betreft is Artis natuurlijk een feest, sommige gebouwen dateren al van voor de oprichting in 1838. Na mijn aantreden in 1990 legde ik een enorme database aan met daarin onder meer alle informatie over de gebouwen, de stijltuinen, de beelden en de bomen, de dierentuin en het vorstenhuis en de dierentuin in de crisisjaren en de oorlog. vooral dat laatste bleef 'hangen', het intrigeerde me mateloos. Ik vroeg mij af hoe je in zo'n tijd in godsnaam een dierentuin draaiende houdt. Hoe ging dat tijdens de hongerwinter als alleen al de roofdieren zo'n honderdvijftig kilo vlees per dag nodig hebben? Waren veel dieren zelf geen prooi voor hongerige Amsterdammers? Hoe zat het met andere dierentuinen? Ik moest alles weten en heb ruim twintig jaar naar informatie en antwoorden gezocht. Artis ligt in een buurt waar veel Joden
woonden. Zij vormden ook een groot deel van de bezoekers. Vanaf 1941 mochten ze de dierentuin niet meer in. Toch gingen veel Joden er daarna zelfs 'wonen', als onderduiker. De dierentuin verborg
maar liefst twee- tot driehonderd onderduikers. Ze zaten in vrijwel alle gebouwen. De meesten verbleven er maar enkele dagen of weken, maar sommigen waren er maanden en zelfs jaren. Het
waren overigens lang niet alleen Joden. Veel jonge mannen verstopten zich er voor de Arbeitseinsatz. Aan het eind van de oorlog schijnen er ook nog twee Britse piloten en zelfs een Duitse deserteur te
hebben gezeten. Exacte gegevens ontbreken, want er was natuurlijk geen administratie waarin stond welk gezin in het olifantenverblijf woonde en wie er te gast was bij de beren. Alles moest uiteraard streng geheim blijven. Ik vind het opmerkelijk dat er nooit iemand verraden is. Veel dierverzorgers vormden groepjes die naast hun dieren ook 'hun' onderduikers verzorgden. Eten kregen de oppas-
sers vaak van familie van de onderduikers. Zij gaven dat dan door of verstopten het op vaste 'afhaalplekken'. De bezetter heeft vreemd genoeg nooit serieus gezocht in de dierentuin. Ze kwamen er wel graag op bezoek. De legerleiding beschouwde Artis als belangrijke verpozing voor het garnizoen. Zij
zorgden zelfs voor speciale rantsoenen, bouwmaterialen en brandstof in de eerste oorlogsjaren. Er kwamen restanten brood van de manschappenkeukens van de Kriegsmarine vlak bij Artis. Bij de beren werden de hompen brood overigens meestal meteen weer gejat door hongerige onderduikers. Er zijn in de hongerwinter ook de nodige eetbare kindervriendjes van de kinderboerderij 'verdwenen'. Kippen,
duiven, ganzen en eenden waren soms opeens gevlogen. Van een van de twee varkens restten op een ochtend alleen nog de darmen en een grote plas bloed. Het andere varken stond er met een bult
op zijn kop beduusd


Als er voor mensen al niet genoeg voedsel is, hoe moet het de dieren dan vergaan? De grote katach-
tigen van Artis overleefden de Hongerwinter van 1944/1945 door met enige tegenzin stokvis te eten.
Veel Nederlanders aten in de Hongerwinter hun eigen hond of kat op. Volgens schattingen verdween tijdens de oorlog in West-Nederland de helft van het aantal huisdieren in de magen van hun hongerige baasjes. In dierentuinen ging het er niet anders aan toe.De roofdieren van Artis aten overtollige of gestorven dieren op. Uit de dierentuin zelf, maar ook particuliere dieren waarvan de baasjes waren gedeporteerd. Of van bazen die niets meer voor hun dieren te eten hadden. De reuzenslangen overleefden de oorlog vooral op een dieet van verwilderde katten en ratten. Artis medewerkers kregen voor elke gevangen rat 5 cent, zo is te lezen in "Overleven in de dierentuin", geschreven door voormalig Artis directeur Maarten Frankenhuis ter gelegenheid van het 175-jarig bestaan van de Amsterdamse dierentuin. Frankenhuis schrijft dat Artis de Tweede Wereldoorlog vooral doorgekomen is door de inzet van de toenmalige directeur Armand Sunier. "Door zijn Zwitserse afkomst wist hij de bezetter in perfect
Duits op zeer correcte wijze te vertellen wat een dierentuin en haar werknemers zoal nodig hadden om
de zaak draaiende te houden." Een voordeel was dat Artis juist voor de oorlog een fokprogramma
had opgezet voor de wisent of de Europese bizon. De Duitsers beschouwden de wisent als een
echt Europees oerdier en hadden daarom een grote voorliefde voor de diersoort. Door het schrijven
van honderden brieven wist Sunier te voorkomen dat er vele dieren in beslag werden genomen.
Diezelfde correspondentie zorgde voor lading en veevoer. Behalve zijn dieren nam Sunier ook zijn personeel onder zijn hoede. Voor mannelijke personeelsleden wist hij allerlei vergunningen en ontheffngen te bemachtigen, zodat zij niet werden opgepakt voor de Arbeitseinsatz in Duitsland. Als de vergunningen niet te verkrijgen waren, maakte Sunier ze zelf onder het motto: "Als er maar een stempel opstaat, maakt het indruk genoeg." Bekend is dat er tijdens de oorlogsjaren tenminste 300 onderdui-
kers in Artis hebben gezeten. Niet alleen in "Overleven in de dierentuin" wordt daarover geschreven,
ook "Ik hou van Artis" heeft daar een hoofdstuk aan gewijd. Ook dit boek is verschenen naar aanleiding
van het 175-jarig jubileum. Beide boeken beschrijven het onderduikersleven van ene Hartog W., die door oud-directeur Frankenhuis is geïnterviewd. Begin 1944 komt Hartog via zijn neef
Andries Artis binnen. Andries is verzorger en kent de dierentuin als zijn broekzak. Verstopplekken
zijn er genoeg, de Duitsers die op bezoek komen, hebben meer oog voor de dieren dan voor de opval-
lend veel geblondeerde mensen die er rondlopen. Eten is een veel groter probleem. Er is wel een voorraad suikerbieten, uien, wortels en zelf gebakken brood, maar dat is vooral bestemd
voor de dieren. De tante van Andries weet voor de onderduikers van resten varkensvoer gemengd
met rattenkeutels brood te bakken. Het vlees ging naar de roofdieren. Eenmaal was er een uitzonde-
ring. Toen er een wisent doodging, kregen de onderduikers daar een stukje vlees van. Maar het was
vreselijk taai. Zelfs in tijden van honger, kou en vervolging liet de humor de Amsterdammers niet in de steek. Dat bewijst ook de mop die Artis rondging: Een man mag in Artis onderduiken vermomd als aap.
Om te bezuinigen op stookkosten zijn de krokodillen bij de apenrots geplaatst. Op een gegeven mo-
ment struikelt de onderduiker en kukelt zo van de apenrots af boven op een hongerige krokodil. De
man verstijft van angst. Maar in plaats van toe te happen, snauwt de krokodil hem geschrokken toe:
"Kun je niet uit je doppen kijken als je ergens gaat zitten?"


Dit jaar is het zeventig jaar geleden dat De Oorlog was afgelopen, tegenwoordig beter bekend als de Tweede Wereldoorlog. Toen waren er grote feesten en de hoop dat er nooit meer een dergelijke oorlog zou komen. (Als u klikt op https://www.youtube.com/watch?v=neFVkytsMXg ziet u een uitzending van RTV Drenthe naar aanleiding van eenfilmpje dat mijn vader maakte tijdens de bevrijding. Maar daar hebben we het hier niet over.)
Mensen moesten op allerlei manieren zien te overleven, zo ook in Amsterdam, niet alleen de mensen, maar ook de dieren. Dierenarts Frankenhuis, voormalig directeur van Artis, verzamelde meer dan twintig jaar allerlei materiaal over hoe zijn dierentuin de oorlog heeft doorstaan. "Toenmalig directeur Armand Sunier en zijn medewerkers hebben er hard aan moeten trekken om de dieren elke dag van voldoende voledsel te voorzien en ze gezond en in leven te houden."
Wat voor velen niet bekend is, is dat behalve de dieren ook tussen twee- en driehonderd onderduikers in Artis een veilig onderkomen vonden. Deze verborgen geschiedenis belicht de auteur aan de hand van citaten, anekdotes en andere gedocumenteerde verhalen. In het boek komt ook de oorlogsgeschiedenis van de andere Nederlandse dierentuinen kort aan bod, evenals van enkele buitenlandse tuinen in Duitsland en bezet gebied. U zult dit jaar zeker overladen worden met allerlei herinneringsboeken, maar ik zou, zeker als ik bioloog was, hier toch maar eens naar kijken. Al is het alleen maar als eerbetoon aan de "tientallen anonieme Artismedewerkers, die onbaatzuchtig en met grote volharding hun dierentuin en onderduikers verzorgden, en ondertussen zelf het gevaar liepen te worden opgepakt voor de Arbeitseinsatz, de gedwongen tewerkstelling in Duitsland" Verder heeft de uitgever gezorgd voor aanvullend lesmateriaal. Te vinden op http://www.2010uitgevers.nl/verrijking/protocols/od.php